Zwanen en zonnedauw
We rijden over zandpad na zandpad, door nat wilgenbos, een duintop op, en nog één. We zien de Noordzee, we zien hazen, konijnen en nog meer vogels. Zwanen zelfs. Sjoers: ‘Die heb ik hier nog nooit gezien, zwanen zijn vogels van zoet water.’ Hij attendeert ons op het trillerige geluid van rugstreeppadden in een duinvallei die helemaal onder water staat. ‘In de zomer is het hier droog, dan groeit er zonnedauw.’ Hij dist het ene na het andere interessante weetje op, de Guépins hangen aan zijn lippen. Jolijn: ‘We hebben vandaag al heel vaak tegen elkaar gezegd: wat is het hier ontzettend mooi. Wij gaan zeker terugkomen, mét de kinderen.’
