Van pieren tot plastic
De band van Cees met het Wad gaat ver terug. “Als jongetje van acht verdiende ik in de zomervakantie mijn zakgeld door pieren te steken bij laag water. Die verkocht ik dan thuis in Baaiduinen. Als ik nog niet terug was, deed mijn moeder dat voor me. Soms was het zo druk dat ze tussendoor mijn emmer al kwam legen omdat alles al op was.” Het Wad was toen al een plek van activiteit en verbondenheid, en dat is het nog steeds – al is de invulling inmiddels heel anders.
Een grap die uitgroeide tot een missie
In 2020, net na het stoppen met zijn werk als postbezorger, kwam de omslag. “We waren een weekje op vakantie en ik vroeg me af wat ik zou gaan doen als we weer thuis waren. Mijn vrouw grapte: ‘Ga het strand maar opruimen, er ligt vast nog wel wat van de MSC Zoe.’” Die opmerking bleek raak. De dag na thuiskomst trok Cees naar het strand, en sindsdien is hij er bijna dagelijks te vinden. “Behalve als het regent,” voegt hij lachend toe.
Verslaafd aan jutten
“Het is eigenlijk verslavend,” zegt Cees. “Het afval blijft komen, dus ik blijf ook gaan. Het is je eigen strand, dat wil je netjes houden. Bovendien maakt het je hoofd leeg.” Tijdens zijn tochten doet hij soms bijzondere vondsten. “Een keer vond ik een pakketje van 1,3 kilo cocaïne! Dat heb ik natuurlijk netjes bij de politie ingeleverd.” Maar het zijn niet alleen de vondsten die indruk maken. “Je komt mensen tegen die vragen wat je aan het doen bent. Dat levert vaak mooie gesprekken op.”
